52 – Ter ere van de 100ste geboortedag van Liem Tong Biauw : 1917-2017

Foto-1 : Bruidspaar Liem Tong Biauw en Ong Sien Nio, Jakarta 1951

Het is tweede kerstdag 2017: een bijzondere dag. Vandaag zou mijn vader Liem Tong Biauw honderd jaar zijn geworden. Wij vieren deze speciale Kerst met familie en vrienden. Uiteraard lekker eten, waarbij mijn vaders favoriete kip in citroensaus niet mag ontbreken. Een stukje vlees, aardappelen en gekookte groenten kon hij trouwens ook waarderen. Het verhaal van een Peranakan.

De stamvader van de familie Liem uit Semarang kwam al begin van de 19e eeuw uit de Chinese provincie Fukien in Indonesië. Hard werken en een goed zakelijk instinct bezorgden de familie veel welvaart. De zakelijke activiteiten bestreken een breed gebied: handel, landerijen en huizen, maar ook financieringen. De grootfamilie bewoonde een groeiend aantal aanpalende huizen in een straat in Semarang. In de buurt bouwde de familie een “klenteng”, een Chinese tempel. De kinderen gingen doorgaans naar een Nederlandse school. Mijn vader was de jongste zoon uit het tweede huwelijk van zijn vader. In 1938 mocht hij naar Nederland om aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool in Rotterdam te studeren. Op kamers bij een hospita. Daar leerde hij de Hollandse kost kennen. Honger maakt rauwe bonen zoet, denk ik maar, want mijn vader was eigenlijk de enige die heel zacht gekookte andijvie met een melig papje met nootmuskaat lekker vond. De oorlog gooide qua studie roet in het eten. Een spannende tijd volgde. Gevangen gezet en weer vrij gelaten, illegaal hout kappen om de kachel te stoken, op de fiets van Rotterdam naar Groningen in de hoop dat vrienden daar wat meer te eten hebben. De situatie thuis in Nederlands-Indië was niet minder dramatisch. De huizen van de familie werden door de Japanse bezetter geplunderd en mijn grootvader stierf kort daarna in een Japans kamp aan de ontberingen.

Na de bevrijding kon de studie toch worden voltooid, waarna in 1947 de terugkeer per boot volgde. Terug naar huis om te werken en een gezin te stichten. Onze moeder Ong Sien Nio kwam in het vizier en in 1951 trouwden zij in Jakarta. De foto laat een modern stel zien, getrouwd in westerse kleding, klaar om hun dansfeest in een hotel te openen. In Semarang werd de plechtigheid voor de familie aldaar nog een keer overgedaan, maar dan ook met een groot Indonesisch gamelan orkest.
Ook na de onafhankelijkheid in 1949 bleef Indonesië in principe ons thuis. Er bestond zeker een bewustzijn over de Chinese afkomst, maar onze families waren al lang in Indonesië geworteld. Zelfs de bekende politieke en etnische spanningen deden daar in principe niet aan af. Zelfs niet de machtsovername in 1965. Toch groeide de twijfel, en de sterke wens goede opleidingsmogelijkheden voor de kinderen te waarborgen, deden mijn ouders besluiten naar Nederland te verhuizen. Immigreren voor een betere toekomst, gelukkig kon dat toen nog.


Foto-2 : Van links naar rechts: Lani, Edwin, Khoen en Iwan, 1967

De tweede foto moet in 1967 zijn genomen, een paar maanden voor ons vertrek naar Nederland, in maart 1968. Mijn vader was toen vijftig, ik – de kleinste op de foto – nog geen vijf. Mijn oudste broer Khoen / Tjien Gun was vijftien, mijn zus Lani / Siang Lan elf en mijn andere broer Iwan / Tjien Hwan zeven. Vijftig jaar geleden werd de foto gemaakt, precies in het midden tussen mijn vader’s geboortejaar en nu. Onze levens verlopen kenmerkend voor Peranakans: goed studeren, hard werken en een sterke familieband. Goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, onopvallend werken aan je carrière. En uiteraard zo vaak mogelijk thuis bij moeder genieten van Chinees, Indonesisch of “Europees” eten. Mijn vaders interesse in onze Peranakan achtergrond deelde ik vroeger nog niet. Het zal bij de leeftijd horen dat interesse in de eigen afkomst inmiddels groter is geworden. Honderd jaar na mijn vaders geboorte is het een goed moment er bij stil te staan.

Op bijna 95 jarige leeftijd is Tong Biauw op tweede paasdag 2012 overleden.

Edwin Tjien Hauw Liem, december 2017