Vlak na de Tweede Wereldoorlog kwamen vele Chinees-Indonesische studenten naar Nederland om hier te studeren. Voor deze studenten waren de mogelijkheden om aan een Indonesische universiteit te studeren toen zeer beperkt. De meesten kwamen alleen, zonder hun familie, aangezien de kosten van de overtocht in die tijd hoog waren en de meeste families zich dit niet konden veroorloven. Deze studenten waren aldus meestal op zichzelf aangewezen en zo ontstond de behoefte om de onderlinge sociale contacten te bevorderen. Dit leidde in 1945 in Amsterdam tot de oprichting van de studentenvereniging Chung San Hui (CSH). De CSH stond los van de Chung Hwa Hui studentenvereniging. De leden waren voornamelijk Chinees-Indonesische studenten.
In die jaren waren vele Chinees-Indonesische studenten meer gericht op China dan op Indonesië, vandaar de naam Chung San Hui. Met ‘Chung San’ werd gerefereerd aan dr. Sun Yat Sen en zijn gedachtegoed, ‘Hui’ betekent vereniging.
Onder de Amsterdamse studentengemeenschap stond CSH bekend als de Chinese studentenvereniging.
De activiteiten van CSH bestonden onder andere uit het onderhouden van contacten met de andere Chinese en Nederlandse studentenverenigingen, het organiseren van lezingen en gezellige avonden en het beoefenen van sport. Verder werden binnen de vereniging ook disputen gevormd, die in kleinere kring eigen activiteiten organiseerden. Binnen Chung San Hui werd op initiatief van Tan Eng Hauw, sportdocent in Nijenrode (toen Nijenrode Instituut voor Bedrijfskunde, nu Nyenrode Business Universiteit) in Breukelen en Hervey Tjan een basketbalteam opgericht. De meeste leden van het team hadden gedurende de Japanse bezetting op de Chinese school gezeten waar basketbal de meest beoefende sport was.
In Nederland stond basketbal in die jaren echter nog in de kinderschoenen. Er waren geen officiële basketbalverenigingen. Basketbal werd voornamelijk door korfbalverenigingen beoefend. Korfbal was een typisch Nederlandse sport, die enige gelijkenis vertoonde met basketbal.

Omdat de meeste CSH spelers reeds in de Japanse tijd basketbal speelden, werden wij in de competitie in de hoogste klasse geplaatst. Wij stonden bekend als de ‘Chinese basketballers met allerlei trucjes’. De Amsterdamse Politie stelde hun sportzaal aan de Marnixstraat tot onze beschikking. Wij konden daar gratis trainen en na afloop douchen. Voor ons was het een luxe om van die douchefaciliteiten gebruik te kunnen maken. Studentenkamers in die jaren hadden meestal geen douchegelegenheid en om te kunnen douchen moesten studenten gebruik maken van een badhuis.
Naast de competitie in Nederland speelden wij ook wedstrijden tegen Belgische clubs. Voor de leden van het team was basketbal een belangrijke sociale activiteit. Naar de vaste trainingsdagen werd uitgekeken, men wilde er niet graag ontbreken.

Hans Go, April 2017