Categorie: Foto met Verhaal



58 – Apotik Bulan


Groepsfoto ter gelegenheid van een jubileum van Apotik Bulan, Medan, omstreeks 1964

Deze foto is gemaakt ter gelegenheid van een jubileumfeest van de zaak van mijn grootvader in Medan: Apotik Bulan. Die letters staan ook groot op de gevel, maar de fotograaf vond het kennelijk niet belangrijk om ze mee te fotograferen. Vooraan zit mijn grootvader, Hiu Ngi Fen. Die kalende man met bril, wit overhemd en das. Rechts van hem, met handtas op haar schoot, zit zijn oudste dochter en drie stoelen verder, helemaal in het wit, haar man. Tussen hen in hun tweeling en mijn opa’s jongste zoon. De kinderen zijn uit hetzelfde jaar, 1957, maar er zit dus een generatie verschil tussen.

Mijn opa kwam rond 1914, op zijn 14de, vanuit een klein dorp bij Jiaoling (Guangdong) naar Medan. Het verhaal dat ik altijd hoorde, was dat hij als straatarme verstekeling, met niets anders dan een broekriem, naar Indonesië was gevaren en daar zijn fortuin had gemaakt. Zo was het niet helemaal. Hij werd leerling bij een oom die manager was van een apotheek van Tjong A Fie, in die tijd de machtigste Chinees van Medan. Hij klom al snel op en mijn opa werd benoemd tot manager van een andere apotheek. Daar zette hij ondertussen zijn Hiu Ngi Fen Trading Company op en een fabriek voor medicinale wijn, de Anggur Obat Tjap Bulan. De zaken gingen zo goed dat hij in 1939 zijn Apotik Bulan begon, vernoemd naar de Jalan Bulan (Maanstraat) waar hij in het begin was gevestigd. Voor de westerse farmacie had hij het Nederlandse apothekersechtpaar Top in dienst genomen, maar daarnaast had hij ook ‘de drogist’ waar Chinese kruiden en poeders werden verkocht. Dat zijn schoonvader een traditionele Chinese arts was, zal zeker geen toeval zijn geweest.

Ik vermoed dat de foto in 1964 is genomen, bij het 25-jarig jubileum van de apotheek. Mijn vader, Kian Pin Hiu, staat niet op de foto. Hij was toen al lang en breed in Nederland, en violist in het Concertgebouworkest. De apotheek was niets voor hem. Het enige wat hij wilde was vioolspelen, zo ver mogelijk van Medan. ‘Wat je ook doet’, zei mijn opa toen mijn vader vertrok, ‘begin niets met een westerse vrouw.’ Maar tegen de liefde was ook in zijn apotheek geen kruid gewassen. Nog tijdens zijn studie trouwde hij Maria Brandt, dochter uit een gereformeerd onderwijzersgezin in de Amsterdamse Watergraafsmeer. In het jaar van die foto was ik 4.

Pay-Uun Hiu, mei 2019