2016-05-01 17_27_18-5.Eindexamenklas_1948_Christelijk_Lyceum_Bandung.pdf

In 1945 vlak na de tweede wereldoorlog was het Christelijk Lyceum in Bandung een van de eerste scholen waar je je voor een HBS-opleiding kon inschrijven.

Gedurende de Japanse bezetting van 1942 tot 1945 hebben wij onze HBS-opleiding moeten afbreken. Om de verloren tijd in te halen werd ons daarna de mogelijkheid geboden om de studietijd te verkorten en de HBS in drie in plaats van vijf jaar af te ronden. Opmerkelijk is verder dat 40 procent van de leerlingen uit Chinese leerlingen bestond. Voor de oorlog was dit ondenkbaar. Toelating tot de HBS was voor Chinese kinderen vaak niet mogelijk. Alleen als je gelijkgesteld was of als je ouders vermogend waren had je een kans om een HBS-opleiding te volgen. Ik behoorde tot die gelukkigen, maar was in 1941 dan ook de enige Chinees in een klas van 30 leerlingen (Billiton-HBS te Bandung). Mijn wiskundeleraar toen was ir. Manusama, de latere president van de Republiek der Zuid Molukken (RMS) in Nederland.

Onder het Nederlandse bewind bestond de bevolking uit Europeanen, Vreemde Oosterlingen en Inlanders. Ik behoorde tot de groep Vreemde Oosterlingen. Als enige Vreemde Oosterling in de klas had je toch moeite met de bewustwording van jouw identiteit. Je wist niet precies waar je bij hoorde. Voor mij moest bijvoorbeeld een speciale vergunning worden aangevraagd om aan de zwemlessen deel te kunnen nemen omdat het zwembad alleen toegankelijk was voor Europeanen. Ik denk dat ik en velen met mij het prototype ben van de ‘Marginal man’ (a person who participates only slightly in the life of two cultural groups without feeling identified with either group). De behoefte aan erkenning van de Chinees-Indonesische identiteit manifesteerde zich in de oprichting van aparte schoolverenigingen voor Chinees–Indonesische leerlingen en studenten naast de bestaande erkende Nederlandse schoolverenigingen. Voor de middelbare scholieren was dat de ‘Chung Hsioh’ (middelbare school) en voor de studenten ‘Ta Hsioh’ (Universiteit).

Uiteraard heeft de Tweede Wereldoorlog veel ellende gebracht. Toch opende het ook mogelijkheden die er voordien niet waren voor de Chinees-Indonesische scholier. Vlak na de oorlog kregen wij de mogelijkheid om zelf te bepalen in welke klas van de HBS je wilde zitten, zonder daarvoor bewijsstukken te hoeven overleggen. Bij het uitbreken van de oorlog zat ik in de eerste klas van de HBS. Omdat ik tijdens de Japanse bezetting clandestien bijlessen had genomen in de exacte vakken en talen besloot ik voor de derde klas te kiezen in de hoop dat ik het kon bijbenen. Gelukkig is mij dat gelukt en zo belandde ik met nog andere Chinees-Indonesische klasgenoten in de eindexamenklas van het schooljaar 1947/48. Toen mij in 1992 deze klassefoto door een klasgenoot uit Australië werd toegestuurd, kwam bij mij de gedachte op om uit te vinden hoe het eigenlijk met mijn ChineesIndonesische klasgenoten was gegaan. De meesten bleken een succesvolle carrière te hebben opgebouwd.

Pwa Kiem Liang:
woont nu in Nederland. Heb helaas geen concrete gegevens van hem, maar heb vernomen dat het heel goed met hem gaat.

Lioe King Djoe :
ingenieur en directeur/eigenaar van een heel groot electrotechnisch bedrijf in Indonesia.

Harry Kho :
directeur Coca Cola Bottling in Jakarta en tevens mede eigenaar van het grootste babyfoodbedrijf in Indonesia.

Lionel Tan :
jurist bij Shell en later Hoofd van de Juridische afdeling bij Fokker.

Hans Go :
econoom, CEO petrochemisch bedrijf in New York; na zijn pensionering tot heden commissaris bij GoTan BV.

The Gwat Lan :
bekende tandarts in Surabaya.

Bij mij rijst de vraag: Is het toeval dat alle Chinees-Indonesische studenten van de eindexamenklas 1948 in hun carrière redelijk geslaagd zijn, of zijn de externe omstandigheden waarmee deze studenten in Indonesië geconfronteerd werden en de drang naar erkenning van hun identiteit extra stimulansen geweest ?

Wellicht ‘Food for Thought’ voor het CIHC.

Hans Go, November 2012