51 – Enige Chinees in een klas Belanda’s

Op deze foto zie je mij (Juul Nitisusanta) in 1968 als enig Chinees meisje tussen Hollandse klasgenoten op het Thomas Moore College in Oudenbosch, Noord Brabant. Daarmee herhaalde de geschiedenis zich, want mijn moeder zat 35 jaar eerder in Bondowoso ook als enig Chinees meisje in de klas “vol Belanda’s”.
Hoe kwam dat zo?

Ik ben een peranakan-Chinees, d.w.z. Indonesische van Chinese afkomst. Ik ben in 1951 in Indonesië geboren.
Wij woonden in Bondowoso, een kleine provinciestad aan de oostkant van Java.
Mijn ouders spraken thuis Nederlands omdat ze beiden in de Nederlandse tijd steeds op Nederlandse scholen hebben gezeten. Daar werd toen ook het beste onderwijs gegeven.
Als kleuter zat ik in Bondowoso dus ook op een Hollandse kleuterschool.
Toen de Hollandse scholen moesten sluiten, verhuisde ik naar de Indonesische school.  Mijn vader vond dat ik eigenlijk ook de Chinese taal moest leren omdat ik een Chinese ben. Dus heb ik gedurende mijn lagere schooltijd Chinese bijlessen gekregen bij een privé lerares.

In 1965 was er een staatsgreep in Indonesië, die een einde maakte aan de 20 jaar lange regeringsperiode van Soekarno, en die generaal Soeharto aan de macht bracht..
Een spannende tijd was dat voor de peranakan-Chinezen.
Mijn vader zat in het regionaal bestuur van de “Baperki” (Badan Permusjawaratan Kewarganegaraan Indonesia).
Dit is een organisatie die in 1954 opgericht was door peranakan-Chinezen. In de beleving van de peranakan-Chinees was deze club een sociaal/culturele organisatie, er werd niet aan politiek gedaan. Deze organisatie streefde naar de integratie van de pernakan-Chinees in de Indonesische samenleving met behoud van eigen Culturele identiteit.
Maar tijdens de staatsgreep werd deze organisatie geassocieerd met de communistische PKI (Partai Komunis Indonesia). Aangezien het te gevaarlijk werd voor mijn vader zijn we met het hele gezin verhuisd naar de grote stad Surabaya, en verbleven bij mijn Oma.

In 1968 ben ik samen met mijn broer naar Nederland vertrokken.
Een half jaar voor vertrek uit Indonesië namen we allerlei bijlessen: vooral Nederlands, Duits en Frans (want deze talen kregen we niet op de Indonesische school). Maar ook andere vakken met Nederlands als voertaal. We kwamen in Nederland in de 3e klas HBS (Thomas More College), en woonden in katholieke internaten in Oudenbosch, ik in St. Anna en mijn broer in St. Louis, beide aan dezelfde straat, naast de basiliek van Oudenbosch.
We konden op dit internaat en deze school komen dankzij een goed woordje van een broeder van de Katholieke school (St. Louis) in Surabaya, die de HBS in Oudenbosch verzekerde dat we op school zouden slagen.

Een jaar later kwamen mijn ouders zich in Nederland vestigen dankzij hulp van oude vrienden uit Jember, en konden we weer als gezin onder één dak wonen, in Amstelveen. Daar hebben we beiden de laatste 2 jaar van de HBS “met goed gevolg doorlopen”. Vervolgens hebben we in Nederland ons leven opgebouwd.
Mijn broer is later alsnog naar Florida verhuisd, omdat daar het weer toch meer Indonesisch is….

Juul Nitisusanta (voorheen Lauw Siu Li), december 2017