Ik ben een peranakan, de culturen moeten integreren in mijzelf.’
Als zesjarige kom ik thuis van school en vraag: ‘Mamma , wat ben ik eigenlijk?’
‘Jij bent een Chinese, geboren in Indonesië, je woont in Nederland en hebt de Nederlandse nationaliteit.’
Ik was 3 jaar oud toen ik met de familie vanuit het tropische, ex-koloniale Indonesië in Nederland kwam wonen. Het was 1959. Integreren was voor mij vanzelfsprekend. Het woord integratie bestond in mijn jeugd niet. Dat begrip ontstond vele jaren later en is nooit op mij van toepassing geweest. Dat was iets voor mensen van buiten, zogenaamde allochtonen of in die tijd: Surinamers.
Ik was de enige niet-blanke op de kleuterschool.
Ik was de enige niet-blanke op de lagere school, samen met mijn zus.
Ik was de enige niet-blanke op de middelbare school, samen met mijn zus.
Ik groeide op in het witte Buitenveldert in Amsterdam, had Nederlandse vriendinnetjes, at en sliep bij hen thuis, ging mee kamperen.
Ik had Nederlandse partners. At met hen en sliep met hen.
Ik was de enige niet-blanke op de wintersport, op de tennisbaan, op de ijsbaan. Ik voelde mij daarom blank en was blank (van binnen).
Natuurlijk reageerden in mijn jeugd mensen buiten de randstad op mij, vielen er stiltes als ik binnen kwam in het toiletgebouw van een camping, zag ik de gordijnen bewegen als ik langs liep, staarden mensen mij aan. Maar dat was logisch want ik zie er nou eenmaal anders uit. Ik ben weliswaar niet geboren in Nederland maar wel getogen en voel ik mij Nederlander voor de volle 100 procent. De familie die regelmatig uit Indonesië kwam, die waren wel echt anders. Die roken anders en gaven slappe handjes, de nichtjes giechelden, praten zachtjes en waren gedwee. Ik vond ze maar vreemd maar ze hoorden wel bij mijn jeugd, mijn verleden, bij mij, want ik was er geboren. Het staat in mijn paspoort.
Voor mij waren er twee soorten Chinezen. De sinke’s: die komen echt uit China. Praten Chinees en hebben een restaurant of toko. Wij waren zo niet. Wij waren baba’s: wij waren eigenlijk blanke Chinezen want wij spreken foutloos Nederlands, sturen onze kinderen naar Nederlandse opleidingen, wij vieren sinterklaas en met kerst eten we gebakken aardappelen met appelmoes en kip of kalkoen.
En natuurlijk was het bij ons een beetje anders dan mijn vriendinnetjes: altijd veel familie die bleef logeren, drie maanden of een half jaar. Tijdens bezoek gaat iedereen zijn eigen gang: mijn vader achter de krant, mijn moeder kletst met de tantes, ik kijk televisie met mijn benen omhoog, mijn oom luistert naar de uitslagen van de voetbaltoto op de radio, knutselt aan de auto. Echte Nederlanders zitten rechtop op een stoel, met de schoenen aan, in een kring en praten met elkaar op afgesproken tijden. Maar bij ons was dat anders en dat was logisch.
Dan ben ik 27 jaar: voor het eerst ga ik naar een land waar 98 procent Chinezen wonen: Hong Kong. Ik stap uit het vliegtuig en ik zie mijzelf overal, mijn zwarte steile haren, mijn armen en benen, mijn huid en overal zie ik ooms en tantes, ik herken hun bewegingen en hun doen en laten. Mensen zijn er met elkaar en toch ook bij zichzelf. Hong Kong ben ik: een westerse verpakking met allemaal Chinezen erin.
In de bus voel ik mij erbij horen, thuis, we zijn éen grote familie. Het is de gelukkigste tijd van mijn leven. Drie maanden lang denk ik niet aan gisteren, niet aan morgen. Ik BEN er. Thuisgekomen was het een droom en alles is weer goed: In Nederland is het ook OK en ik kan weer iedereen verstaan.
Maar er is een barstje ontstaan in mijn Nederlandse identiteit. Nee, ik ben niet voor de volle 100 procent Nederlander, maar voor 98… 95… 90? In Nederland ontstaat er sinds die tijd een gemis, aan wat? Herkenning, waardering, gezien en gehoord worden?
20 jaren later, het is september 2004: ik hoor dat een ver familielid een appartement heeft gekocht in China. WOW.  Dat wil ik ook. Het laat mij niet los en ik vlieg erheen. Het is er slikken. De bedden zijn er hard, ik verlang naar brood en koffie, ik kan het voedsel niet verdragen, ik kan met niemand spreken, maar binnenin is hetzelfde gevoel: herkenning, erbij horen, ik ervaar een intense heimwee. Heimwee naar wat? Naar wie? Voor het eerst van mijn leven heb ik nationalistische gevoelens: ik ben trots op mijn volk dat zo geleden heeft, dat zo hard kan werken waar zoveel energie vanuit gaat. Waar mensen met elkaar leven. Ik koop het appartement. Waarom? Ik weet het niet. Wat wil ik daar? Ik weet het niet. Wat verwacht ik daar? Ik weet het niet. Nu probeer ik Chinees te leren en als ik op de Nieuwmarkt loop kan ik voor het eerst een paar Chinese karakters lezen.
Dit is mijn verhaal over mijn multiculturele achtergrond en het terugvinden van mijn oorspronkelijke (verloren gewaande) cultuur. Ik ben een peranakan, de culturen moeten integreren in mijzelf. Ik woon met mijn partner in Amsterdam en breng sinds 2005 elk jaar mijn vakantie door in mijn appartement in Shenzhen.
37.Foto_2_met_text
Ing Sioe Tan, April 2016