Mijn opa Tan Siauw Khing (geboren 1897) en oma Kwee Lian Nio (geboren 1901) begonnen in 1917 een handel in djeroeks (sinaasappels) uit Batoe, die in Malang verkocht werden. Mijn opa was een tweede generatie Chinees-Indonesiër; zijn grootvader Tan Tjong Gan werd in Amoy (nu Xiamen in de Chinese provincie Fujian) geboren en had zich rond 1850 in Soerabaja (Pabean) gevestigd. Zijn vrouw kwam uit Toeban (Oost-Java, circa 100 km ten westen van Soerabaja). Mogelijk lukte het om zoetere sinaasappelen in Batu te kweken die in Malang goed verkocht konden worden. Vooral oma was de centrale figuur hierin; ze kon na een bevalling al enkele uurtjes later uit het raam haar bevelen schreeuwen.
Rond 1920 was deze zaak al een succes en met het vergaarde kapitaal ging Siauw Khing ook handelen in juwelen en horloges. Naast de verkoop van juwelen deed hij ook in leningen met onderpand: men kon kostbaarheden belenen tegen rente en later weer terugkrijgen na te hebben afbetaald. In die tijd was dat een niet ongebruikelijke gang van zaken; het inmiddels opgebouwde kapitaal werd gebruikt om te renderen. Ook zijn broer Tan Ting Tjhiang (drukkerij TTT) en een nicht in Semarang (Juwelier KKK) deden dit.

44-foto-2-met-tekst

Beide zaken liepen goed zodat hij rond 1925 al een succesvol en vermogend zakenman was geworden. De periode van voor 1925 wordt in de familiemond de “arme” en die van na 1925 de “rijke” periode genoemd.

44-foto-3-met-tekst

44-foto-4-met-tekst

De zaken gingen zo goed dat in 1934 een groter pand nodig werd; hierover gaat deel 2

Tan Tiong Boen, Januari 2017
(Met dank aan I.Y. Tan en R. Almer voor hun bijdragen)