35 – Mijn kindertijd in Medan, Sumatra, 1933 – 1940

Foto : Susan Tjien, tweede van links

Susan Tjen bracht als dochter van een diplomaat uit Nationalistisch China een groot deel van haar jeugd door in Medan in de jaren dertig.

Toen ik zeven jaar was, woonde ik met mijn ouders en twee zusters Helen en Janet in Nanjing, destijds de hoofdstad van China. Ik ben de tweede van drie meisjes. Mijn vader was ambtenaar bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en in 1933 werd hij als vice-consul uitgezonden naar Medan, in het toenmalige Nederlands-Indië. In die tijd reisde men niet veel naar het buitenland en er waren ook geen vliegtuigen voor verre reizen. Wij vertrokken met een groot passagiersschip van de havenplaats Shanghai en de reis duurde drie weken. Onze reis was een sensatie voor ons en voor onze familieleden en vrienden.
In Shanghai, mijn moeders geboortestad, namen we afscheid van de familieleden van moederskant. Mijn moeder was het negende kind van de familie. Het afscheidsdiner was dan ook druk bezocht en na het diner werd deze familiefoto gemaakt.

35-foto_2

U ziet mijn oma van bijna 80 jaar te midden van mijn ooms, tantes, neven en nichten.
Rechts op de grond zit ik, mijn zusje Janet zit links, achter haar staan mijn moeder en vader.
Mijn vader was de enige in een westers pak.

Aangekomen  in Medan reden we met een auto van de haven naar de stad. Onderweg zag ik veel kokospalmen, mooie statige bomen met een kroon van lange bladeren en trossen kokosnoten. Tussen de bomen waren houten huisjes op palen waar de lokale bevolking woonde. De mensen droegen vreemde kleren. Een grote, gekleurde doek gewikkeld om het middel met daarboven een blouse of jasje. Ze spraken een taal die wij niet verstonden. Mettertijd hebben wij deze taal beetje bij beetje kunnen leren en zodoende konden wij met de bevolking communiceren. Het klimaat daar was heel prettig, want het was altijd zomer.

In Medan ging mijn vader op zoek naar een school voor mij en mijn zusje. Hij vond de Chinese school niet van voldoende niveau. Er was ook een  Nederlandse en Engelse school. Hij vond het Engels nuttiger dan het Nederlands en besloot ons daarom in te schrijven op de Methodist Girls’ School. We kregen een degelijke christelijke opvoeding, iedere ochtend beginnend met the ‘Lord’s Prayer: Our Father who art in heaven…’, het ‘Onze Vader’.

De buurtkinderen leerden me fietsen. Elke dag fietste ik op een kinderfiets naar school, met twee zware schooltassen en mijn zusje achterop. Zij was nogal mollig en het was zwaar trappen, vooral een helling op, dan moest ik afstappen en duwen. Ook mijn ouders leerden fietsen, dat was toen nog onbekend in China. Tijdens schoolvakanties gingen we naar Brastagi, een mooi dorp in de bergen, waar het koel was en waar we op een pony reden. Soms gingen we naar het Toba Meer om te varen en te zwemmen.

Helaas werd mijn vader na een diensttijd van zeven jaar in 1940 teruggeroepen naar China: en wat een China! Een complete chaos, na een defensieoorlog van drie jaar tegen de Japanse invasie. De hoofdstad was verhuisd naar Chungking, diep in Centraal-China tussen de bergen. Alle kustgebieden waren bezet.

Wij moesten alles achterlaten en met weemoed het rustige leven in Medan vaarwel zeggen. Instappen op een ‘slow boat to China’, weer drie weken op een Italiaans passagiersschip. Dankzij de Britse concessie in Shanghai konden we daar aan land komen in de enige haven die nog niet in Japanse handen was: de beroemde Whampoa haven, een van de grootste havens van de wereld.

Wat wij in Shanghai aantroffen was een en al ellende. De straten waren bezaaid met vluchtelingen uit bezette gebieden, mensen die alles hadden verloren. Elke ochtend reden vrachtwagens langs om de doden van de straten te verwijderen en naar massagraven te vervoeren. Er was grote woningnood. Wij konden voor ons gezin slechts een kleine kamer zonder sanitaire voorzieningen huren. En in deze omstandigheden moest vader snel vertrekken naar zijn post in Chungking, op 3000 km afstand.
Zo eindigde mijn fijne leven in Medan en dit betekende ook het einde van mijn zorgeloze  jeugd!

Susan Tjen-New, Februari 2016

(Dit verhaal verscheen reeds eerder in de nieuwsbrief van vereniging De Vriendschap, april 2015, jaargang 26, nummer 2.)