De binnentuin tussen internaat en klooster, met het H. Hart-beeld


Overzichtsfoto van het complex ‘Klein Klooster’. Aan de linkerzijde beneden het internaat en rechts het klooster. Links boven de school en rechtsboven de kathedraal


Twee studerende Chinese meisjes uit de hogere klassen

‘Klein Klooster’ was in de jaren vijftig van de vorige eeuw een begrip voor vele Chinese gezinnen. Het was het internaat van de zusters Ursulinen in Jakarta, aan de Jalan Pos 2, waar veel Chinese meisjes verbleven om er het Nederlandse middelbareschoolonderwijs te volgen. Zoals de Jezuïeten zich wijdden aan de opvoeding van jongens, zo hielden de Ursulinen zich bezig met de opvoeding van en onderwijs aan jonge meisjes. Zij besteedden meer aandacht aan algemene vorming dan aan de voorbereiding op huishoudelijke taken. Klein Klooster had aldus een goede reputatie op onderwijsgebied.

De leerlingen kwamen van alle windstreken in Indonesië, meestal omdat er in hun woonplaats geen gelegenheid was voor vervolgonderwijs. Hun ouders vonden een middelbareschoolopleiding voor hun dochters belangrijk genoeg om hen voor lange tijd in Klein Klooster onder te brengen. Vaak verbleven deze meisje, soms met hun zusjes, voor de gehele schoolduur in het internaat en gingen alleen in de vakanties naar huis. Dat laatste natuurlijk voorzover dat in de korte vakanties mogelijk was vanwege de afstand.

Het internaat en de school waren gekoppeld aan het klooster en bevonden zich op het terrein van de kathedraal van Jakarta. Als er geen familie in Jakarta was die je in het weekeinde opzocht en mee uitnam, dan kon het gebeuren dat het leven zich weken achtereen alleen afspeelde in dit complex. De dagen verliepen volgens een bepaald patroon met vaste tijden voor opstaan, maaltijden, kerkgang, school, studie-en speel/ontspanningsuren. Wij sliepen in een grote zaal die opgedeeld was in chambrettes, kleine eigen ruimtes die niet afgesloten werden met een deur, maar met een gordijn. ’s Ochtends werden wij gewekt door een der zusters Ursulinen, in mijn herinnering was dat mère Clementine. Zij klapte in haar handen, het sein om op te staan. Zij begon direkt met het ochtendgebed waaraan wij voor het bed op onze knieën deel moesten nemen. Het gordijn werd af en toe opzij geschoven om te controleren of wij niet nog in bed lagen.

Van 1950 tot 1952 verbleef ik in het internaat voor de eerste twee klassen van de H.B.S. Het was een geheel andere levenssfeer dan ik gewend was. Naar huis gaan met vakantie was geen onverdeeld genoegen omdat ik wist dat aan de thuisperiode weer snel een eind zou komen. Toen mijn ouders vanwege de gezondheidstoestand van mijn moeder verhuisden van Cheribon naar Bandung kon ik in Bandung naar het Christelijk Lyceum. Deze jaren in Klein Klooster zie ik als een bijzondere en leerzame periode in mijn leven.

Patricia Tjiook-Liem, November 2014