Het is 1941 en Nederland is bezet door Nazi-Duitsland. De bezetter zal dat jaar de Leidse Universiteit sluiten naar aanleiding van protesten tegen het ontslaan van de Joodse medewerkers. Het is ook het jaar dat Japan Pearl Harbor zal aanvallen.

De foto is gemaakt door mijn vader, Yap Tjok King (Semarang 1916). Sinds 1936 studeert hij farmacie in Leiden, ver weg van zijn familie en zijn vertrouwde omgeving. Hij gaat in Leiden op zoek naar studenten met eenzelfde achtergrond en die zijn te vinden bij de Chung Hwa Hui. Deze vereniging vormt voor de Chinezen uit Nederlands-Indië een belangrijke basis om in de nieuwe omgeving een plek te vinden en niet te vereenzamen. Er worden hechte vriendschappen gesloten. Als de Duitse bezetting in 1940 een feit wordt, is communicatie met Nederlands-Indië en de familie in Semarang onmogelijk. Geen brieven meer van thuis, geen toelage meer en geen mogelijkheid om terug te gaan. Het zal de vriendschappen waarschijnlijk hebben versterkt want zij waren nog meer op elkaar aangewezen. De negen vrienden op de foto hebben allen hun eigen verhaal. Maar zij hebben ook een gemeenschappelijke verhaal. Hun families hebben eenzelfde weg afgelegd. Hun voorvaders zijn vanuit China naar Nederlands-Indië gekomen om zich daar te vestigen.
Hun vaders hebben gezorgd dat hun zonen (en op de foto ook twee dochters!) naar de middelbare school konden. En zo kregen deze studenten de kans om aan een universiteit in Nederland te mogen studeren.
Nu zijn ze in een oorlog terecht gekomen en proberen zich staande te houden. Zij heffen hun glas, maar zijn nog onwetend wat het leven hen verder zal brengen. Kunnen zij hun studie afmaken? Wanneer kunnen zij terug naar huis? Bestaat Nederlands-Indië nog als de oorlog afgelopen is?

Op de foto zijn van links naar rechts te zien: Go Lam San, Yap Tjok King, Oey Tjeng Sit, Tan Tek Seng, Lie Oen An en zittend: Pauline The, Tan Tek Oen, Lena The, Kwee Hong Kiem.

Yap Kioe Bing, Oktober 2012