39 – Lucy Tou, afgevaardigde van Madame Chiang Kai Shek

In de verzameling oude foto’s van Tan Kian Hong* trof ik deze foto aan. Het stralende middelpunt is een zekere Lucy Tou, met witte kraag, temidden van hoofdzakelijk Chinese studenten uit Nederlands-Indië.
In november 1938 werd Lucy Tou, secretaresse en vertrouwelinge van Madame Chiang Kai Shek, naar Frankrijk en Engeland gestuurd. In de Sin Po van december 1938 staat een duidelijke foto van haar, alsmede in de Leidse Courant van 13 maart 1939.

39-foto-3

Het is interessant om in het onderschrift te lezen hoe in 1938 het verschil in leed wordt beschreven tussen de 150 miljoen Chinezen en de paar honderdduizend joden in Duitsland, Oostenrijk en Italië, immers het leed van de joden verdwijnt in het niets vergeleken met het dodental en de armoede van het Chinese volk.

Op 6 maart 1939 komt Lucy Tou aan in Nederland, waar zij in een week tijd in diverse steden (o.a. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen en Leiden) toespraken houdt. Zij heeft het over de rol van de Chinese vrouwen in de Chinees-Japanse oorlog en over de ontberingen die het volk ondergaat.
In de persberichten uit die tijd wordt meestal alleen over Lucy Tou gesproken maar in een artikel van Diao Ing Koen in het blad van de Chung Hwa Hui Tsa Chih (Chinese vereniging in Nederland) van maart 1939 wordt gesproken over twee jonge vrouwen, namelijk Lucy Tou en Yang Hui Ming (zie bijlage 1). Op de groepsfoto staat Yan Hui Ming niet. Ik denk dat zij ook niet de hele tour in Nederland heeft meegemaakt.
Helaas is het mij niet gelukt om na deze periode nog iets te vinden over Lucy Tou. Yang Hui Ming daarentegen was een heldin en over haar heldendaad (zij leverde de Chinese vlag af bij de soldaten die omsingeld waren door de Japanners bij de slag om Shanghai) is zelfs een film gemaakt. Zij is in 1992 op 77- jarige leefdtijd overleden in Taiwan.
Op de foto staan, heel duidelijk herkenbaar, 94 personen. Ik heb geprobeerd om achter hun namen te komen. Gelukkig heeft Ko Tjoe Lan-Liem mij in contact gebracht met Djioe Lian, de dochter van mevrouw Pauline Tan-The. Zij heeft haar moeder kunnen helpen om nog veel van de aanwezigen te identificeren. Haar herinneringsvermogen was op haar vergevorderde leeftijd nog erg goed. Helaas is zij onlangs overleden. De namen staan in bijlage 2 met een contourfoto waarop de corresponderende nummers staan.
Mocht u correcties willen aanbrengen, de naam weten van iemand die nog niet herkend is of over aanvullende informatie beschikken, dan graag bericht naar cihc.kitlv@gmail.com.
In bijlage 3 vindt u een groot bestand van de groepsfoto.

Go Tiong Han, Juni 2016

*Voor meer fotos zie  http://www.tankianhong.nl/studentenjaren-in-leiden-2/
Bijlage 1: Contourfoto en namenlijst
Bijlage 2: Artikel Diao Ing Koen, Chung Hwa Hui Tsa Chih, maart 1939

Aanvullende informatie over het bezoek van Lucy Tou
Comité voor hulpverlening aan de burgerbevolking van China
Chung Hwa Hui ontving miss Lucy Tou, de assistente van Soong Meiling (mevrouw Chiang Kai Shek), die op een propagandatoernee voor steun aan China tegen Japan was. (notulen ALV Chung Hwa Hui, 11-03-1939).
Na het uitbreken van de Sino-Japanse oorlog in 1937 richtte het CHH het ‘Comité ter leniging van de nood der getroffen burgerbevolking in China’ op, weldra omgedoopt tot ‘Comité voor hulpverlening aan de burgerbevolking van China’. Begin 1939 werkte het Comité mee aan de propagandatoernee van Lucy Tou namens Soong Meiling. Zij werd ontvangen door het Informatie Bureau inzake China, een initiatief van peranakans in Amsterdam die ook actief waren in het China Comité. Ook met Indonesische organisaties werd samengewerkt. Lucy Tou kreeg veel aandacht voor haar oproepen namens de Guomintang voor steun aan China in de oorlog tegen Japan.
Ing Lwan Taga-Tan, juli 2016
(Bron: De geschiedenis van Chung Hwa Hui 1911-1962, Drs. Kees van Galen, Master thesis Universiteit van Amsterdam 1989, zie index onder trefwoord Lucy Tou)

Bijlage 1 :
Contourfoto en namenlijst groepsfoto ontvangst Lucy Tou 12 maart 1939

39-bijlage_1_foto

39-bijlage_1_foto2

Bijlage 2 :
Artikel van Diao Ing Koen in het blad van de Chung Hwa Hui Tsa Chih (maart 1939)

39-bijlage_2_foto

Yang Hui Ming, de Chineesche Jeanne d’Arc en Lucy Tou, de afgevaardigde van China’s ziel, Madame Chiang Kay Shek, zijn die figuren. Het was op een persconferentie in Amsterdam, dat wij voor het eerst kennismaakten met de redster van het bataillon des doods van Shanghaij. En wat voor een kennismaking. Haar bezieling, haar enthousiasme en haar vuur hebben ons overrompeld en ons met stomheid geslagen. Alleen zoo’n drijfkracht, gepaard gaande met een groote moed, zijn in staat om haar vier keeren door de vijandelijke linies heen te doen sluipen, om datgene te volbrengen, wat zij op zich heeft genomen. Waarlijk een heroische daad, een heroisch volk waardig. Haar woorden, haar ziel, die achter haar woorden spreekt, hebben ons er van overtuigd, dat de grimmige overtuiging waarmee het Chineesche volk nu bezield is, ons alleen naar een overwinning kan leiden.
Een meisje van 22 jaar is zij, kinderlijk nog soms in haar uitlatingen en handelingen, maar wat een ervaring heeft zij niet achter de rug, wat een namelooze ellende hebben die vurige zwarte oogen niet aanschouwd. En ondanks dat alles, wat een hoop en een vertrouwen in haar volk moeten er in haar leven.
Na haar kwam Lucy Tou. Een week slechts heeft haar tournee in Nederland geduurd. Met haar charme veroverde zij haar auditorium in Leiden. Met haar gratie en intelligentie won zij de harten in het koude Noorden. De meisjesstudenten, die haar wilden overstelpen met bloemen, de verslaggeefster, die een belangrijke afspraak liet loopen om haar nog eens te hooren spreken en om haar kinderkleertjes en een Groningsche koek te overhandigen. Wat voor gedachten moesten er achter dat regelmatig knappe gezicht afspelen, toen zij het podium betrad en met ontroerde
stem begon te spreken over haar geboortestad Tientsin, waar zij zoovele vrienden onder de moorddadige bombardementen zag vallen, waar haar geboortehuis verwoest werd, en waarvan zij het bombardement zoo net op de film zag gebeuren. Wat een moed en een beheersching om toch nog haar plicht te doen en haar auditorium een uur lang te boeien. Met groote tact wist zij de ‘gevaarlijke’ vragen van het Haagsche publiek te beantwoorden en te vertellen over haar land en volk toen die ‘nasty things’ gebeurden. Wat zou er toch van haar uitstralen, dat een dame in Rotterdam, die haar kwam begroeten, deed uitroepen: ‘China, thousand, thousand years’.
Zij is een meisje uit een gegoede familie, opgevoed in een milieu, waar het decorum streng in acht werd genomen. Vermoeiende dagen heeft zij achter de rug gehad, toen zij in Amsterdam aankwam, waar haar een nog vermoeiender week wachtte. Maar toch, al leek het soms, dat de dagen te zwaar schenen te zijn voor die tengere schouders, toch bleef de rug steeds kaarsrecht, altijd speelde er een glimlach om haar lippen als zij geinterviewd werd of menschen moest bedanken.
Zij is geen heldin als Yang Hui Ming, zij houdt van bloemen en is dolblij als zij plannen kan maken om met de andere meisjes een fietstocht te ondernemen over die leuke smalle fietspaden. Maar toch is ook zij een waardig vertegenwoordigster van China’s vrouwen.
Wat voor indrukken hebben beide meisjes ons achtergelaten? Twee afgezanten van een land, dat zwaar lijdt en wanhopig strijdt voor zijn vrijheid, uitgezonden om het geweten der menschheid wakker te schudden en te wijzen op de meedoogenlooze bombardementen van de burgerbevolking, om de hulp der vaders en moeders, ooms en tantes, broers en zusters der wereld, in te roepen voor de millioenen weezen, wier harten vervuld zijn met haat tegen de moordenaars van hun ouders en die door de leden van de vrouwenorganisaties worden verzorgd en opgevoed, om liefde te geven in die verbitterde kinderharten.
Het peetschap van de internationale ouders propageeren zij. Zij zamelen boeken, instrumenten, etc. in voor de studenten, wier universiteiten, bibliotheken, laboratoria verwoest zijn en die soms twee en een halve maand met hun boeken op de rug hebben gemarcheerd om in verafgelegen provincies nieuwe opvoedingscentra op te bouwen, immers het materieele kan verwoest worden, maar het geestelijke nooit. Zij hebben ons doen realiseeren, wat wij nooit uit boeken, tijdschriften en brochures hebben kunnen halen, dat de Chineesche vrouw veranderd is. Dat zij op dit oogenblik een groote, een minstens even groote rol als de man vervult; dat zij deelt, en misschien meer lijdt. in deze verschrikkingen van een moderne niet-verklaarde oorlog.
Dat zij haar taak in de opbouw even vastberaden en even prachtig volvoert; dat zij onze bewondering en onze liefde verdient. Zij hebben ons de boodschap overgebracht, dat wij moeten zijn: firm, standvastig, vastberaden in de vervulling van de taak, die wij op ons genomen hebben; patient, geduldig en niet wanhopen, als een overwinning al te lang op zich laat wachten, maar er van overtuigd zijn, dat uiteindelijk toch het recht zegeviert; humble, nederig onze plicht hier doen, zooals de honderdduizenden onbekende helden, die hun !even zoo blijmoedig hebben gegeven voor hun vaderland;
harmonious, eensgezind zijn, eendrachtig dat werk doen, dat wij op ons genomen hebben.
Laten wij hoopvol de toekomst tegemoet zien!

Diao Ing Koen