Bij het lezen van de speciale uitgave van het weekblad TEMPO over “50 jaar G-30-S (de coup van 1965)” met als hoofdthema “de sporen van de CIA bij de tragedie van 1965” kwamen allerlei herinneringen bovendrijven uit mijn studententijd bij de Universitas Indonesia.

Na de coup van 1965 werden in Jakarta demonstraties van studenten en scholieren gehouden tegen de communistische partij van Indonesië (PKI) die zes generaals zou hebben vermoord. De grootste groep studenten kwam van de Universitas Indonesia. Tijdens de demonstraties droegen ze hun gele Alma Mater jacket. Langzaam maar zeker werden de anti-PKI demonstraties omgebogen naar een gerichte demonstratie tegen Sukarno en de PKI. Eén van de beschreven sporen van de CIA in dit nummer van TEMPO kwam voor in een artikel getiteld “Jaket Palsu Dari Hawai” (Valse gele jackets uit Hawaii). In dit artikel wordt beschreven hoe de “gele Alma Mater jacket” van de Universitas Indonesia in Hawaii werd nagemaakt uit parachutestof om vervolgens met een Hercules- vliegtuig naar Indonesië te worden gevlogen. Deze valse jackets werden op straat uitgedeeld aan lieden, die niet student waren aan de Universitas Indonesia, om zodoende een nog grotere massa demonstranten te mobiliseren voor de anti-Sukarno demonstraties. Deze actie maakte deel uit van een grotere operatie van Amerika, Engeland, Duitsland en Australië om Sukarno weg te krijgen zoals beschreven in een paar andere artikelen in dit speciale TEMPO nummer.

Door dit artikel over valse jackets herinnerde ik me, dat ik plotseling mijn gele U.I. jacket moest inleveren zodat er een nummer op kon worden genaaid. Op zich vond ik dit raar, maar ik verzette me er ook tegen omdat het individu tijdens een demonstratie dan gemakkelijker was op te sporen. Ook liep je in een dergelijke jacket met nummer rond als een bajesklant. Uiteindelijk werd ik door een medestudent, die tot de ordebewaking bij demonstraties behoorde, ervan overtuigd dat dit tegen infiltratie van kwade elementen was. Dus er kwam ook op mijn jacket een nummer.

2016-05-01 21_28_41-34.UI_jacket_tijdens_G-30-S.pdf

Laten we dat eens beschrijven voor Foto met Verhaal. Maar dat bleek niet zo eenvoudig. Ik wist zeker dat ik de jacket had meegenomen uit Indonesië. Maar waar is die nu? Na lang zoeken heb ik de jas gelukkig toch nog gevonden.

Na de coup van1965 heb ik verschillende demonstraties meegemaakt. De demonstratie die me het meest is bijgebleven is die ene waarbij de “paleiswacht van Sukarno” op ons schoot. Bij het wegrennen struikelde ik haast over een gewonde mededemonstrant. Zonder erbij na te denken sleepte ik hem mee naar de greppel die toentertijd om het Merdekaplein lag. Door het gesleep en de modder in de greppel waren mijn kleren goed vies en bloederig geworden. Toen ik thuiskwam kreeg ik ervan langs van mijn vader dat ik mijn kleren zo vies had gemaakt. Mijn vader zat thuis nadat hij in 1964, meer dan een jaar voor de coup, was ontslagen als ambtenaar omdat hij geweigerd had om lid te worden van de communistische ambtenarenbond. Hij was ontslagen als “contra revolutionair”. Het gevolg was dat onze familie geen inkomen meer had, dus ook geen geld voor bediendes. In het begin waste mijn moeder de kleren, maar door de stress en slechte voeding stak bij haar de tbc weer de kop op en steeds vaker hielp mijn vader met de was. De stress bij mijn moeder had verschillende oorzaken. Daar was natuurlijk het ontslag van mijn vader, met vervolgens de ontvangst van anonieme dreigementen naar de familie zoals: “alle contrarevolutionairen zullen worden vermorzeld” (citaat uit een toespraak van Sukarno). Maar ook was mijn oudste broer, reeds voordat het ontslag van mijn vader plaatsvond, opgepakt en zonder vorm van proces in de gevangenis gestopt omdat hij, op een plek waar de muren oren hadden, ongunstige feiten over Sukarno had verteld.

Terugkijkend met de kennis van nu weten we:

  • Dat die schoten helemaal niet door “de paleiswacht van Sukarno” waren afgevuurd, maar door troepen van Suharto die Sukarno gevangen hielden in zijn paleis.
  • Dat dit incident waarschijnlijk was geïnitieerd om Sukarno in diskrediet te brengen. Wellicht was dit het kantelpunt in president Sukarno’s populariteit zodat hij gemakkelijk kon worden afgezet door de MPRS (Majelis Permusyawaratan Rakyat Sementara), de tijdelijke volksvertegenwoordiging. Deze MPRS bestond uit dezelfde leden van voor de coup minus de communistische partij. Nota bene hadden deze leden een paar jaar eerder unaniem Sukarno tot president voor het leven benoemd.
  • Dat ik me nog steeds kan verbazen over het traject van de kogel die een medestudent verwondde die ruim achter mij stond.

De gele jacket werd het symbool van de studentenopstand tegen de communisten en Sukarno. Nadat Sukarno was afgezet, bleef ik de gele jacket dragen als bescherming. Immers, de pogroms tegen de Chinezen die in de buitengewesten al in begin oktober 1965 waren begonnen, staken in 1967 ook in Jakarta de kop op. De pogroms werden vooral erger nadat een functionaris van Suharto alle Chinezen automatisch tot communist had verklaard. Daarmee werden plotseling alle Chinezen in Indonesië vogelvrij, ook de niet-communisten. Je kon zo op straat in elkaar worden getimmerd alleen omdat je spleetoogjes had. Als Chinees kon je huis worden geplunderd, of in brand gestoken en de politie deed niets. Of je kon van huis worden gehaald en voorgoed verdwijnen met onbekende bestemming. Van de minaretten werd ook opgeroepen tot verdelging van de ongelovige Chinezen die altijd al verdacht waren. De situatie voor Chinees uitziende personen werd dermate gevaarlijk dat in die tijd zelfs moslim medestudenten die er enigszins Chinees uitzagen een gele jacket droegen voor hun eigen veiligheid.

Sioe Yao Kan, Januari 2016

Literatuur: TEMPO 5-11 oktober 2015