9 – De rouwperiode als een herinnering aan de doden

Volgens de traditie werden er 5 rouwperioden onderscheiden om het overlijden van een persoon te markeren. Deze waren: 24 maanden (vaak aangeduid als ‘drie jaar’), 12 maanden (één jaar), 100 dagen, 40 dagen of 7 dagen.

De beslissende factor voor de lengte van de rouwperiode was de verwantschapsgraad tot de overledene. De grootste verplichting om de rouwperiode in acht te nemen lag bij kinderen voor hun ouders, en van een gehuwde vrouw voor de ouders van haar echtgenoot. Deze rouwperioden waren vaak de langste, 24 maanden. Voor bijvoorbeeld verre neven was de rouwperiode het kortst.

In het verleden waren er ook strenge regels voor de te dragen kleding. De algemene regel was dat er geen kleding mocht worden gedragen waarin de kleuren rood, geel en bruin voorkwamen. Bruine schoenen of riemen waren dan ook taboe. Paars was ook verboden omdat de kleur rood erin voorkwam, en in de eerste twaalf maanden was groen evenmin toegestaan omdat deze de kleur geel bevatte. Voor vrouwen die sarong-kabaya droegen, moesten speciale rouw-sarongs worden aangeschaft: sarongs met blauw en wit voor de eerste 12 maanden; met een combinatie van blauw en groen voor de laatste 12 maanden.
Het was ook verboden om gouden sieraden te dragen vanwege de gele kleur. Wilde men sieraden dragen dan moesten zij van zilver zijn. De enige uitzondering werd gemaakt voor de eenvoudige gouden trouwring.

Christopher Ng, Mei 2016

Bron:

  • Tan, G.L. (1963), The Chinese of Sukabumi: a study of social and cultural accommodation, New York Monograph Series