
Yap Thiam Hien (Kutaraja, Banda Aceh, Noord-Sumatra 25 mei 1913- België 23 april 1989), wordt in Noord Sumatra geboren als een kleinzoon van een kapitein der Chinezen. Zijn vader wordt in 1918 gelijkgesteld. Zijn kinderjaren in een koloniale omgeving zijn naar eigen zeggen bepalend geweest voor zijn levenshouding: hij haatte tirannie en onderdrukking. Ook de kennismaking met discriminatie op de Europese Lagere School is van grote invloed. Zijn schoolopleiding daarna brengt hem van de MULO in zijn geboortestad naar de AMS (Algemene Middelbare School) in Yogyakarta. Op deze school leert hij Engels, Duits en Frans. In Yogyakarta, in een omgeving waarin hij veel in aanraking komt met Indonesische medestudenten, begint zijn politieke ontwikkeling. Hij woont daar gedurende twee jaar ‘n de kos’ bij de familie Jopp en maakt hier kennis met het Protestantse geloof.
Na zijn diploma in 1933 volgt de Hollands-Chinese Kweekschool HCKS) in Batavia. Het is een keuze uit praktische overwegingen. Een rechtenstudie blijkt namelijk niet mogelijk, daar is geen geld voor. De HCKS-opleiding is goedkoop en biedt goede vooruitzichten op een baan. Er zit daarna niets anders op dan les te geven op verschillende, meest private scholen voor Chinese kinderen zoals de Chinese Zending School in Cheribon en daarna op de ‘wilde’ Tiong Hwa Hwee Koan-school in Rembang. In deze vier jaren als onderwijzer ziet hij hoe zijn leerlingen en hun families met hun armoede omgaan. Terug in Batavia gaat hij werken bij Lloyd’s Verzekeringsmaatschappij in Jakarta om zo genoeg geld bijeen te krijgen voor de Rechtshogeschool.
1938 is een betekenisvol jaar voor Yap. Niet alleen heeft hij genoeg gespaard om zich in te kunnen schrijven voor de Rechtshogeschool, hij laat zich in oktober ook dopen en wordt lid van de Protestant Gereformeerde kerk. Dat laatste is een besluit na een lange periode van reflectie en aarzeling. De genadeloze agressie van de Chinees-Japanse oorlog in die jaren zaait bij hem de kiem voor politiek activisme. De rechtenstudie kan hij niet afmaken vanwege de Japanse bezetting.
Na de Japanse bezetting, eind 1945, monstert Yap zich als ‘corveeër’ aan op één van de repatriantenschepen naar Holland. Vrijwel onbetaald, werkend op het schip, maakt hij de overtocht. In Leiden gaat hij in 1946 verder met zijn rechtenstudie om daarin al een jaar later, in 1947, af te studeren. De twee jaren in Nederland gebruikt hij om zich politiek te scholen, te zien hoe de westerse democratie werkte en enige kerk-gerelateerde missies uit te voeren.
In zijn verdere leven zien wij deze drie elementen terug: het geloof, de minderheidsproblematiek van de Chinezen en het recht. Als christen is hij actief in de Chinese christelijke organisatie Kie Tok Kauw Kwee in West Java. Van 1950-1957 is hij behalve medeoprichter ook actief in de Indonesische Stichting voor Kerkelijke Opleidingen (Yayasan Pendidikan Gereja Indonesia). Hij speelt een belangrijke rol in Protestantse kringen. Vanwege zijn betrokkenheid bij de problemen van de Chinezen wordt hij in 1954 medeoprichter van de Baperki, een organisatie voor Chinese Indonesiërs. Hij speelt in de eerste jaren in de Baperki een actieve rol en is 1ste vicevoorzitter van 1956-1960. Na een conflict met Baperki-voorzitter Siauw Giok Tjhan, over de weg die Baperki moet inslaan om de problemen van de Chinezen op te lossen, neemt Yaps invloed in Baperki af. Leidraad voor oplossingen is voor hem het recht en de mensenrechten.
Yap bouwt tijdens zijn leven als advocaat een reputatie op als een integere en briljante verdediger in bijzondere rechtszaken, soms van bekende politici. Als verdediger van de rechtsstaat richt hij in 1966 de Organisatie voor de Verdediging van de Mensenrechten op. In 1970 volgt samen met andere Indonesische mensenrechtenadvocaten de oprichting van de Organisatie voor Rechtshulp, met afdelingen over geheel Indonesia. In 1980 is hij een van de oprichters van de Regionale Raad van Mensenrechten in Azië. Er is grote waardering voor zijn werk waarvoor hij onder andere in 1980 wordt onderscheiden met een eredoctoraat van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1981 ontvangt hij in Indonesië voor zijn werk een onderscheiding van Pusbadhi, het Indonesian Centre to Aid and Serve the Law.
Op 25 april 1989 overlijdt Yap onverwacht in België. Daar woont hij op dat moment het Internationale NGO Forum voor de ontwikkeling van Indonesië in Brussel bij. Hij is dan bijna 76 jaar.
Tijdlijn
1913 geboren op 25 mei in Kutaraja, Banda Aceh, Noord-Sumatra. Volgt daar de Europese Lagere School en de MULO.
1929 Vervolgopleiding AMS-Yogyakarta.
1933 Hollands-Chinese Kweekschool Batavia, waarna hij als onderwijzer werkzaam is op private Chinese scholen in Cheribon en Rembang.
1938 Begint rechtenstudie aan de rechtshogeschool Batavia. Wordt als christen gedoopt, wordt lid van de Protestants Gereformeerde Kerk.
1942 Breekt zijn rechtenstudie af vanwege de Japanse bezetting.
1945 Vertrekt naar Nederland op een repatriantenschip, waar hij zich als corveeër heeft aangemonsterd voor gratis overtocht.
1947 Studeert af in de rechtsgeleerdheid Universiteit Leiden.
1950 tot +/- 1960: Na terugkeer in Indonesië actief in de Gereformeerde Kerk en de Baperki.
1960 wordt bekend als advocaat in spraakmakende zaken en als verdediger van de mensenrechten.
1980 ontvangt een eredoctoraat van de Vrije Universiteit Amsterdam.
1981 ontvangt een onderscheiding van de Indonesian Centre to Aid and Serve the Law (Pusbadhi) voor zijn werk ten dienste van het recht.
1989 overlijdt op 25 april in België.
Bronnen
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.