Foto met verhaal

82 – De moord op mijn ooms, Borneo 1943

FmV 82 Afbeelding 1 Familie Teng, Bandjermasin, ca. 1929

Deze foto, waarschijnlijk uit 1929, is gemaakt in Bandjermasin op Borneo voor het huis van mijn grootouders. Mijn vader Teng Sian Boe (staand, 5e van links) is hier 14 of 15 jaar oud en staat op de foto met zijn ouders, broers, zussen, zwagers en schoonzussen.
Twee van zijn broers (Teng Sian Boen en Teng Sian Soet, staand, 1e en 2e van rechts) en een zwager (The Sek Djien, staand, 3e van links) zullen later in de oorlog vermoord worden door de Japanners.

FmV 82 Afbeelding 1 Familie Teng, Bandjermasin, ca. 1929

Afbeelding 1 Familie Teng, Bandjermasin, ca. 1929

Mijn vader is in 1936 naar Nederland vertrokken om farmacie te studeren in Amsterdam. Daar heeft hij tijdens de oorlogsjaren mijn moeder leren kennen. Uiteindelijk is hij in 1949 afgestudeerd en in datzelfde jaar zijn mijn ouders ook getrouwd. Begin 1950 zijn ze samen nog naar Indonesië gegaan, maar in 1951 zijn ze definitief teruggekeerd naar Nederland.
Mijn vader had mij wel eens verteld dat twee van zijn broers door de Japanners waren vermoord. Ik heb indertijd mijn vader nooit gevraagd naar het waar, wanneer, hoe en waarom en ik vermoed eigenlijk dat mijn vader nooit geweten heeft wat er in die oorlogsjaren precies gebeurd is.

Er zijn geen mensen meer in leven die de oorlogsperiode in Bandjermasin bewust hebben meegemaakt en er over zouden kunnen vertellen. Maar uiteindelijk heb ik in 2024 door naspeuringen bij het NIOD in Amsterdam een aantal documenten kunnen vinden die tot op zekere hoogte duidelijk maken wat er gebeurd is met mijn ooms.

Op 8 december 1941 verklaarde Nederland de oorlog aan Japan na de aanval van Japan op Pearl Harbor. Op 8 maart 1942 gaven de geallieerde troepen in Nederlands-Indië zich over. Europese burgers (m.u.v. bondgenoten van Japan en neutralen) en militairen werden door de Japanse bezetter opgesloten in interneringskampen. Dit was ook op Borneo en in Bandjermasin het geval. Een van de geïnterneerden daar was de Gouverneur van Borneo dr. B.J. Haga.

Ondanks het strenge toezicht van de Japanners was er onderling contact mogelijk tussen het krijgsgevangenkamp, het mannenkamp, het vrouwenkamp en ook met de buitenwereld. Er werden briefjes overgebracht en er kon geld, voedsel en medicijnen de kampen in gesmokkeld worden.

Voor geldelijke ondersteuning van de geïnterneerden en van niet geïnterneerde armlastige Indo-Europeanen was door de Indische Nederlander Santi Pereira, met goedkeuring van de Japanners, een fonds gesticht waaraan vele personen uit alle bevolkingsgroepen hebben bijgedragen. Het is zeer waarschijnlijk dat mijn ooms ook aan dit fonds hebben bijgedragen. De familie was welgesteld en had een goede relatie met de Nederlanders.

In 1943 hadden de Japanners voor het eerst een aantal militaire tegenslagen te verduren in de Pacific. Er circuleerden binnen en buiten de interneringskampen geruchten over een naderende geallieerde inval op Borneo eind 1943. De Japanners vertrouwden het niet en vermoedden een anti-Japans complot. Een aantal op zich staande overtredingen - het uitwisselen van brieven, het luisteren naar de radio, het bezit van een dagboek met anti Japanse opmerkingen - werden door de Japanners in Bandjermasin gezien als onderdelen van een groot anti-Japans complot. Een 20-tal personen binnen en buiten de kampen werden opgepakt en tot (valse) bekentenissen gedwongen. Als hoofdschuldige werd Gouverneur Haga aangewezen. Daarom wordt vaak gesproken over de Haga-zaak of het Haga-complot.

De afgedwongen bekentenissen leidden weer tot nieuwe arrestaties. Ook iedereen die bijgedragen had aan het steunfonds van Santi Pereira werd opgepakt omdat een bijdrage aan dat fonds gezien werd als financiering van de vermeende samenzwering en geplande opstand. Dit is, naar het zich laat aanzien, de reden dat mijn ooms door de Japanners zijn opgepakt. Volgens een bij het NIOD aanwezige slachtofferlijst zijn Teng Sian Soet, Teng Sian Boen en T(h)e Sek Djien allen gearresteerd op 3 augustus 1943.

FmV 82 Afbeelding 2 Niod slachtofferlijst

Afbeelding 2 Slachtofferlijst opgesteld door de Chinese Bond (Chung Hua Tsung Hui), 1947

26 hoofdverdachten van het (vermeende) complot zijn in december 1943 berecht door een Japanse krijgsraad en vervolgens geëxecuteerd, maar de meeste arrestanten, waaronder de twee broers en de zwager van mijn vader, zijn direct of kort na hun arrestatie zonder vorm van proces geëxecuteerd.

Deze executies vonden plaats op het vliegveld Oelin bij Bandjermasin. Na de oorlog heeft men op Oelin de stoffelijke resten van ongeveer 200 personen gevonden. De verder niet nader geïdentificeerde slachtoffers zijn indertijd herbegraven op het Ereveld Bandjermasin. Medio jaren zestig zijn op last van de Indonesische autoriteiten alle Nederlandse erevelden geconcentreerd op Java. De stoffelijke resten van Ereveld Bandjermasin zijn toen door de Oorlogsgravenstichting overgebracht naar het Ereveld Ancol te Jakarta.

De terreur van de Japanse bezetter tegen de lokale bevolking was op Borneo veel extremer dan elders in Nederlands-Indië. Een verklaring die hiervoor gegeven wordt, is dat de Japanse bezettingsmacht op Borneo klein was (ca. 200 personen) ten opzichte van de totale bevolking (ca. 1 miljoen) en dat men door het uitoefenen van terreur de macht wilde handhaven.

De overige mannelijk familieleden op de foto zijn geen slachtoffer geworden van de Japanse terreur op Borneo, omdat ze al voor de oorlog overleden waren (mijn grootvader) of zich tijdens de Japanse bezetting in Nederland of op Java bevonden.

Mijn tante Kim, de weduwe van The Sek Djin is altijd in Bandjermasin blijven wonen. De weduwen van Teng Sian Soet en Teng Sian Boen zijn ingetrokken bij hun schoonzus (mijn tante Loean) in Surabaya.

Ik ben enerzijds blij dat ik meer te weten ben gekomen over de omstandigheden die leidden tot de dood van mijn ooms. Maar anderzijds is het aangrijpend nu te weten dat ze op zo’n gruwelijke wijze aan hun einde zijn gekomen.

Jan Paul Teng, mei 2025

 

Bronnen

  • De informatie over de gebeurtenissen in 1943 heb ik grotendeels gedestilleerd uit het Requisitoir Haga-zaak uit 1948 tegen de uiteindelijk als hoofdschuldige ter dood veroordeelde Japanner Sasuga Iwao. 909 Requisitoir Hagazaak van J.V.M. van Koot, 1948 (3415-3443)
  • De namen van mijn vermoorde ooms komen voor op een lijst van namen van Chinese slachtoffers die is samengesteld door de Chinese Bond in Bandjermasin en die op 27 oktober 1947 overhandigd is aan de O.D.O. (Opsporingsdienst Overledenen). 400 Indische Collectie
  • In het boek ‘Chinezen uit Indonesië’ van Patricia Tjiook-Liem wordt de Haga-zaak genoemd op bladzijde 105.

Word donateur van CIHC

Vul het onderstaand formulier in en wij nemen contact met je op!

Bekijk ook:

Wie kent.. & wat is..

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Wie kent.. & wat is..

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Wie kent.. & wat is..

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.