
Mijn vader Go In Tjhan (Malang 1908-Rotterdam 2006) was in zijn werkzame leven in Nederland internist in Amsterdam (ongeveer van 1951-1978). Na zijn overlijden kwam ik een aantal onderscheidingen tegen: de koninklijke onderscheiding Verzetsster Oost-Azië 1942-1945, het Verzetsherdenkingskruis en het Wapenschild van het Voormalig Verzet Oost-Azië. Ik was heel verbaasd omdat hij nooit had gesproken over wat er allemaal was voorgevallen in de oorlog en de jaren daarvoor. Waarvoor had hij deze onderscheidingen gekregen? Het werd me pas duidelijk na het lezen van een aantal artikelen, waaronder het artikel dat mijn vader in 1946 over die periode had geschreven in het blad Chung Hwa Hui Tsa Chih. Zo leerde ik, pas na zijn dood, mijn vader voor dit deel van zijn leven beter kennen. In mijn herinnering vertelde mijn moeder wel eens als mijn vader pijn had in zijn schouders en nek dat dat kwam door de oorlog. Hij was aan zijn schouders opgehangen. Ik had nooit naar de reden gevraagd, maar pas na het lezen van dat artikel begreep ik wat er gebeurd was.

In het begin van de Japanse bezetting was mijn vader arts in Surabaya. Hij was ook reserveofficier van Gezondheid 2de klasse bij het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger). Na de capitulatie, aan het begin van de Japanse bezetting was de verzetsgroep Meelhuyzen actief, hoofdzakelijk in Surabaya en Malang. KNIL-kapitein Willem Adam Meelhuyzen wilde met zijn verzetsgroep het verzet bundelen en deze voorbereiden op de komst van de geallieerde troepen. Als het zover was wilde hij die dan ondersteunen.
Mijn vader werd deel van deze verzetsgroep nadat hij door Meelhuyzen benaderd werd voor het opzetten van een medische afdeling voor de groep. Eén van Meelhuyzens adjudanten, H. Groothuyzen die hem later voordroeg voor de onderscheiding Verzetsster Oost-Azië 1942-1945, beschreef de activiteiten van ‘dokter Go’ als volgt: ‘als de medische adviseur van het KNIL behandelde hij onze mensen, verzamelde medicijnen en wapens, smokkelde brieven en gaf berichten door die hij van zijn neef, inspecteur bij de Zedelijkheidspolitie te Soerabaia, kreeg’. De medicijnen kreeg mijn vader onder andere van Rathkamp, een importeur van medicijnen met eigen apotheken. Dit alles was niet zonder gevaar.
Een jaar later, op 3 maart 1943, werd de verzetsgroep Meelhuyzen door de Japanners opgerold. Mijn vader bevond zich onder de ongeveer 200 arrestanten. Zeer waarschijnlijk waren de Japanners ook naar hem op zoek omdat hij in de jaren 1937-38 deel had uitgemaakt van de Indische Ambulance groep. Als arts bij de Indische Ambulance had hij in China tijdens de Chinees-Japanse oorlog hulp geboden aan de Chinese troepen. Hij kreeg acht jaar gevangenisstraf en heeft in diverse gevangenissen gezeten op Java. In de gevangenis protesteerde hij tegen de slechte voeding die zijn zieke medegevangenen kregen, waarop hij een week lang naakt en vrijwel zonder eten en drinken in een cel werd gezet. Vlakbij de cel lag een grote wurgslang om een vluchtpoging te voorkomen.
Na zijn vrijlating in oktober 1945 vertrok mijn vader naar Nederland. Hij was ziek, had tbc waarvoor hij in een kuuroord heeft gezeten.
In 1950 werd mijn vader als een van de eersten bij K.B. 21 december 1949 nr.10 onderscheiden met de ‘Verzetsster Oost-Azië 1942-1945’. De Verzetsster, een koninklijke onderscheiding, werd pas laat, in oktober 1948, ingesteld en toegekend aan ‘hen die zich in de jaren 1942-1945 op door Japan bezet of Japans gebied in Oost-Azië door geestkracht, karaktervastheid of gemeenschapszin op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor door krijgsgevangenschap, internering als anderszins in de macht van de vijand geraakte Nederlanders of Nederlandse onderdanen, dan wel in het verzet tegen de vijand’. Vanwege het late tijdstip van de toekenning, kort voor de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, was het niet mogelijk de onderscheiding persoonlijk uit te reiken aan de gedecoreerden. Aan mijn vader werd de Verzetsster in februari 1950 toegezonden door de Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen naar zijn toenmalige adres in Voorburg.
Het Verzetsherdenkingskruis dat hij ook kreeg werd in 1980 ingesteld ter gelegenheid van de 35ste herdenking van de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Nederlands-Indië. Het Wapenschild van het Indische Verzet, geen onderscheiding, werd speciaal ontworpen door de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland ter gelegenheid van de 10de verjaardag van de vereniging Voormalig Verzet Oost-Azië. Het Wapenschild werd in 1992 aangeboden aan de leden en donateurs. Verzetsster, Verzetsherdenkingskruis en Wapenschild verwezen alle drie naar het verzetswerk van mijn vader en de vreselijke jaren die hij in gevangenschap doorbracht.
Go Tiong Han, 8 juli 2026
(m.m.v. Patricia Tjiook-Liem voor bijzonderheden Verzetsster)
Bronnen
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.