9 – Publieksdag-verslag 2016-06-24

Welkom

2016-cihc-foto1Op 24 juni werd in het Lipsiusgebouw van de Universiteit Leiden de vierde publieksdag gehouden van het CIHC. Uit de meer dan 250 inschrijvingen blijkt de continue belangstelling voor de eigen geschiedenis en voor de doelstellingen van het CIHC: ons erfgoed verzamelen en onze geschiedenis vastleggen. Na het welkomstwoord van prof. Henk Schulte Nordholt gaf voorzitter Patricia Tjiook-Liem een terugblik over de afgelopen vijf jaar (klik op de betreffende link op de website voor de volledige tekst). Er is veel werk verzet door het team vrijwilligers. Voor de toekomst wordt onder andere gestreefd naar een publicatie, gebaseerd op gedegen onderzoek, en toegankelijk voor een breed publiek. Op deze wijze wordt onze migratiegeschiedenis vastgelegd voor de volgende generaties, want alleen als deze beschreven wordt, zal deze blijven. Het CIHC gaat zich hiervoor inzetten met de hulp van Prof. Schulte Northolt en het KITLV. Maar voor een dergelijk project is geld nodig. Vriend worden van de Stichting Chinees Indonesisch Erfgoed is een manier om het CIHC te ondersteunen.
(Volledige presentatie dr. Patricia Tjiiok-Liem)

Presentaties

Dr. Mary Somers-Heidhues, ‘Violent, Political, and Administrative Repression of the Chinese Minority in Indonesia’, 1945-1998
2016-cihc-foto2De aanwezigheid van Mary Somers-Heidhues, ontvanger van de Nabil award in 2008, als gastspreker gaf extra glans aan het eerste lustrum van het CIHC. Sinds haar eerste publicatie ‘Peranakan Chinese politics in Indonesia’, Cornell University (1964) wijdde zij haar gehele wetenschappelijke onderzoek aan de Peranakan Chinezen in Zuid-Oost Azië en met name in Indonesië. Haar laatste publicatie, ‘Anti-Chinese Violence in Java during the Indonesian Revolution, 1945-1949’, verscheen in 2012 in de ‘Journal of Genocide Research’, nummer 14.
In haar lezing ging dr. Somers in op de anti-Chinese gewelddadigheden gedurende achtereenvolgens de Indonesische revolutie, het presidentschap van Sukarno en van Suharto en tenslotte de aanslagen tegen de Chinese bevolking in de grote steden in 1998.
De geschiedenis van de Chinese minderheid in het naoorlogse Indonesië is doorspekt van gewelddadige incidenten en politieke en administratieve anti-Chinese maatregelen. Sommigen spreken zelfs van het uitwissen van aan de ene kant de herinnering aan zulk geweld, en aan de andere kant van het uitwissen van het Chinese erfgoed als zodanig, bijvoorbeeld door het sluiten van Chinese scholen in 1957 en 1967. Iedere golf van geweld had reacties van de Chinezen tot gevolg: vlucht, afwijzing, maar ook politiek engagement. Toch eindigde Dr. Somers haar presentatie met een voorzichtig positieve noot. In de post-Suharto jaren krijgen de Chinese Peranakans erkenning over hun rol in en bijdrage aan de geschiedenis en cultuur van Indonesië.
(Volledige presentatie dr. Mary Somers)

Kwee Hong Sien, ‘Hoe een vooraanstaande suikerfabrikant woonde in Pasuruan’
2016-cihc-foto3Kwee Hong Sien nam ons mee naar de huizen van Kwee Sik Poo (1847-1930) in Pasuruan. Kwee, eigenaar van een suikerfabriek, was tevens Kapitein der Chinezen in Pasuruan van 1886 tot 1926. Daarnaast bezat de familie Kwee grond en handelde in opium. De spreker leidde ons met een beeldenserie rond in het familiehuis van de familie Kwee dat verkocht moest worden in 1937, maar dat in zeer goede conditie is gehouden door de huidige eigenaar met veel aandacht voor behoud van historische details als glas-in-lood ramen en het unieke stenen Chinese familie-altaar. Het huidige familiehuis wordt nog steeds bewoond door nazaten van de familie Kwee, die de sfeer van ‘tempo doeloe’ op een voorbeeldige manier intact hebben gehouden.

Dr. Willem van der Molen, ‘Geld maakt niet gelukkig. Het rijke leven van Ko Ho Sing (Midden Java, 1825-1890).’
2016-cihc-foto4De presentatie van dr. Willem Van der Molen, wetenschappelijk medewerker KITLV en hoogleraar filologie en Oud-Javaans aan de Universitas Indonesia, ging over de memoires van Ko Ho Sing. Er is vrijwel niets bekend over deze opiumhandelaar uit de 19de eeuw, maar zijn naam is aan de vergetelheid ontrukt dankzij de ontdekking van een handschrift van 700 pagina’s in Javaanse dichtvorm, waarin het leven van Ko Ho Sing is opgetekend (acquisitie KITLV, 1970). Het verhaalt niet alleen over Ko Ho Sings jeugd, familie, zakelijke successen en zijn financiële debacle, maar ook over het sociale leven van de Chinese gemeenschap in het algemeen, zoals Chinese huwelijks- en begrafenisrituelen. Ko Ho Sing trad in 1865 toe tot het Bataviaasch Genootschap en werd het daaropvolgende jaar lid van de Vrijmetselarij in Batavia. Door geldproblemen belandde hij in de gevangenis waar hij zes jaar verbleef als gijzelaar. Aan de volledige vertaling van het handschrift wordt gewerkt.

Drs. Kees van Galen, ‘De intellectuele elite is de drager van de toekomst’
2016-cihc-foto5Kees van Galen studeerde in 1989 af in de Moderne Aziatische Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn doctoraalscriptie is gebaseerd op onderzoek van het archief van de Chung Hwa Hui, dat zich bevindt in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. De Chung Hua Hui werd in 1911 opgericht door Chinese studenten uit Indonesië. Drs. Van Galen ging in op de ontwikkeling van het politieke denken en daarmee de identiteit van Peranakan-studenten in Nederland. Zij beschouwden zichzelf als de elite die was voorbestemd om leiding te geven aan een nieuw Indonesië. Maar tegelijk speelde het etnisch-culturele bewustzijn mee waarin de Chinese origine een grote rol speelde, en hoe zij zichzelf zagen in relatie tot de ontwikkelingen in hun geboorteland Indonesië en in relatie tot hun ‘stamland’ China. In de loop van de 50 jaar van het bestaan van de Chung Hwa Hui (1911-1962) verschoven de accenten in dat denken over zichzelf en de toekomst. Dat werd veroorzaakt door de politieke ontwikkelingen en de steeds wisselende uitdagingen om daar als Peranakans een antwoord op te geven. Dit steeds vanuit een moreel en politiek besef dat de belangen van de groep op korte en langere termijn zo goed mogelijk gediend moesten worden. In die zin zagen de leden van de Chung Hwa Hui het als hun plicht om zich niet alleen met hun eigen intellectuele ontwikkeling bezig te houden, maar voelden ze ook de opdracht om het collectieve welbevinden van de Peranakans te dienen.
(Volledige presentatie drs. Kees van Galen)

Yap Kioe Bing, ‘Kent u uw geschiedenis?’
2016-cihc-foto6Voor een lichtvoetig tegenwicht zorgde Yap Kioe Bing, arts infectieziektebestrijding, lid van het bestuur van de Stichting Chinees-Indonesisch Erfgoed. Yap Kioe Bing bracht via een vraag- en antwoordquiz de kennis van het publiek over hun eigen achtergrond aan het licht. Uit welke streek in China kwamen onze voorouders, wanneer migreerden zij naar Indonesië en waar vestigden ze zich? Zo kwam onder grote hilariteit een demografische kaart tot stand van de aanwezigen, met als bijzonderheid dat Oost-Java goed vertegenwoordigd was in het publiek in tegenstelling tot Jakarta.
(Volledige presentatie Yap Kioe Bing)


Siuli Ko, ‘Passie voor muziek.’

2016-cihc-foto7Siuli Ko studeerde Latijns-Amerika studies in Utrecht, maar werd gegrepen door de internet-hausse eind jaren ’90. Zij kwam in de nieuwe media/kunst & technologie sector terecht waar zij nu werkt als freelance producent en als DJ.
Siuli groeide op in een ‘witte’ vinexwijk in Zoetermeer, zij en haar zusje waren een van de weinige niet-blanke kinderen in hun buurt. Haar hele jeugd voelde zij zich anders en dat heeft haar identiteit gevormd. Haar pubertijd omschrijft ze als extreem: ze stortte zich in de wereld van de punkmuziek. Eind jaren 80 raakte ze begeesterd van een nieuwe muziekgolf uit Chicago: acid house. Deze dansmuziek was vrolijk en werd omarmd door iedereen, ongeacht etnische achtergrond of klasse. Vanuit deze stroming bouwde Siuli haar professionele carrière op. Zij organiseerde underground feesten en trad als DJ overal in de wereld op, tot in China toe. Ook vandaag gaf zij een staaltje van haar DJ-kunnen ten beste en maakte met haar optreden een brug naar de jonge generatie.

Afsluiting

In het aansluitende samenzijn kon men van gedachten wisselen, contacten leggen en vrienden ontmoeten. Reacties uit het publiek: ‘ik dacht dat de Chung Hwa Hui er alleen voor de gezelligheid was’, ‘nooit geweten van al die vervolgingen’, ‘enkele jongeren gesproken en zij vonden het een interessante dag’, ‘geweldig programma, afwisselend, interessant, ook wetenschappelijk’.
Het fotohoekje, waar de gasten de groepsfoto ‘Lucy Tou, afgevaardigde van Madame Chiang Kai Shek op bezoek in Nederland, 1939’ konden bekijken en meehelpen met de identificatie van de gefotografeerde personen, trok aardig wat belangstelling en leverde 3 herkenningen op.
Het CIHC, het KITLV en Stichting Chinees-Indonesisch Erfgoed kijken terug op een succesvolle middag die allerplezierigst is verlopen.