Foto – Het gezin van Lie Djing Pho, 1961, van links naar rechts: Lie Djing Pho, Cissy, Dhian Siang (achter), Dhian Sioe en Dhian Bing

Even na 5 oktober 1961 ontving Lie Djing Pho het bericht dat hij en zijn gezin genaturaliseerd waren tot Nederlander. Op de foto staat hij links met zijn echtgenote Cissy Lie-van Haaren en zijn drie zonen Dhian Siang (1945), Dhian Bing (1947) en Dhian Sioe (1952). De jongste houd stoer de Nederlandse vlag vast, moeder heeft een blik die lijkt te zeggen ‘God, zij dank’ en beide oudere zonen glimlachen vaag, eigenlijk niet wetende wat ze moeten denken. Maar Djing Pho zelf laat een brede grijs zien: hij en zijn gezin hebben hun Indonesische nationaliteit nu toch maar mooi ingeruild voor de Nederlandse!

Djing Pho, geboren in 1910 op Midden-Java, was eigenlijk Chinees, een peranakan Chinees, zoals dat wordt genoemd, weten we nu. Hij werd geboren in Klaten op Midden-Java, waar zijn vader als lokale kapitein van de Chinese gemeenschap in 1915 een ‘gelijkstelling’ had verworven voor zichzelf en zijn kinderen. Op basis daarvan mocht de jonge Djing Pho later gaan studeren in het verre land waar het wettelijke bestuur over de Indische archipel vandaan kwam. En zo vertrok hij begin jaren dertig, samen met de eveneens gelijkgestelde klasgenoten Kwee Tik Tjiang en Kwee Tien Lan, met motorschip ’Dempo’ naar Rotterdam om in Nederland te studeren. Het werd geneeskunde aan de Universiteit Leiden, na even gedacht te hebben aan wis- en natuurkunde.

Het was ongetwijfeld een vrolijke studietijd met een flink aantal andere Chinese studenten en ook door contacten met Nederlandse jongedames. Hij wist desondanks in juli 1940 zijn artsexamen te halen. Alhoewel het de bedoeling was om terug te gaan naar Nederlands-Indië was dat onmogelijk geworden door de Duitse bezetting en de daaropvolgende Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Hij zag zich genoodzaakt zijn studie in Nederland voort te zetten en wist een assistentschap te verwerven bij dr. J. van Breemen in Amsterdam, de pionier in Nederland op het gebied van reumatologie. Ondanks de oorlog bleven er genoeg aanleidingen om plezier te maken en te feesten samen met zijn studievrienden van de Chung Hwa Hui en de Nederlandse meisjes, die dan uitgenodigd werden. Bij zo’n gelegenheid maakte hij kennis met zijn toekomstige echtgenote Cissy van Haaren en zij trouwden in de zomer van 1944.

De bevrijding op 5 mei 1945 maakte het om diverse bekende redenen nog niet mogelijk en voor de hand liggend om terug te keren naar Djing Pho’s vaderland al was dat wel de bedoeling, getuige ook de nagelaten lesschriftjes voor de Maleise taal van zijn echtgenote Cissy. Juridisch had hij als Chinees uit Nederlands–Indië niet de Nederlandse nationaliteit, maar als gelijkgestelde wel dezelfde status. Hetzelfde gold voor zijn echtgenote Cissy, die op basis van de regeling Gemengde Huwelijken uit 1898 door haar huwelijk haar Nederlandse nationaliteit helaas was kwijtgeraakt en nu ook ‘gelijkgesteld’ was. Toen Nederland eind 1949 uiteindelijk de soevereiniteit over Nederlands-Indië had overgedragen aan de jonge Republiek Indonesië, koos Djing Pho voor de Indonesische nationaliteit. Hij kon nu zijn plan gaan verwezenlijken om terug te keren naar zijn vaderland met zijn gezin en daar zijn opgedane medische kennis in te zetten voor de jonge Indonesische republiek. De voorbereidingen vergden veel tijd: verzamelen van aanbevelingen in Nederland en mobiliseren van contacten in Indonesië. Djing Pho vertrok in augustus 1950 naar Indonesië om daar een positie te verwerven en kwartier te maken, terwijl Cissy in Nederland de verhuizing van noodzakelijke spullen ging voorbereiden. Echter, binnen twee maanden nam hij een rigoreus besluit: ‘Pak de hutkoffers maar weer uit. We blijven in Nederland’, telegrafeerde hij naar zij echtgenote; hij zag geen toekomst meer voor zijn kinderen in Indonesië.

De optie van vestiging in het voormalige Nederlands-Indië bleef natuurlijk altijd nog open voor een gezin met de Indonesische nationaliteit in Nederland. Maar Djing Pho ging zich nog meer dan voorheen inzetten om een plek in Nederland en de Nederlandse samenleving voor hemzelf, zijn echtgenote en kinderen zeker te stellen.
Dokter Lie Djing Po, ‘arts voor Rheumatische ziekten en Physiotherapie’, zoals op zijn briefpapier stond, slaagde daarin uiteindelijk glansrijk. In 1954 wist hij, na een paar moeilijke, maar toch ook heel mooie jaren in Friesland, een vaste plaats in het ziekenhuis in Sittard te verwerven. Hij werd tot in de wijde omtrek, tot in het nabije Duitsland en België toe, bekend als reumatoloog en wist zich daarnaast stevig in alle sociale geledingen van de Limburgse gemeenschap te nestelen.
Gevolg van dat alles was wel dat zijn geboortegrond in Java, Indonesië, alsook zijn Chinese afkomst en cultuur steeds verder naar de achtergrond verdwenen. Het waren gewoon geen onderwerpen voor de eettafel of serieuzere gesprekken ‘voor het slapen gaan’. Het enige wat overbleef waren Chinees-Indische maaltijden die wellicht met een iets grotere frequentie genoten werden dan in een volkomen Nederlands gezin. Het werd dan ook vanzelfsprekend tijd om de Nederlandse nationaliteit aan te gaan vragen!
Door deze keuze voor en gerichtheid op Nederland, samenvallend met nauwelijks enige overlevering over Djing Pho’s afkomst of van de cultuur van zijn voorvaderen, is het voor ons, zijn kinderen, thans nog steeds raden wat zijn ‘Chinees zijn’ verder nog betekende, zelfs nadat wij later, gezamenlijk met hem, zijn geboorteland en onze Chinese familie op Java bezochten. En wat betekent het Chinees zijn voor ons, drie peranakan Chinezen van gemengde afkomst, van de tweede generatie? Niets of toch nog iets, kijkend naar de foto van dat historische moment uit 1961 met de vlag van Nederland, waar verder niets Chinees aan is?

Dhian Siang Lie, mede namens Dhian Bing en Dhian Sioe, Maart 2019